AutoCAD Tekencommando’s: 10 Basisfuncties met Alle Opties Uitgelegd

Wil je leren tekenen in AutoCAD en alle tekencommando’s met hun opties begrijpen? In deze gratis handleiding krijg je een volledig overzicht van de 10 basis tekencommando’s: van de constructielijn (XLINE) en polylijn (PLINE) tot de cirkel, boog, spline en ellips. Per commando leggen we de werking, sneltoets en alle beschikbare opties uit. Ideaal voor beginners en iedereen die zijn AutoCAD-basisvaardigheden wil versterken. Geen cursus nodig, je kunt dit meteen zelf toepassen.

✓ Gratis AutoCAD tip  •  Geen cursus vereist  •  Direct toepasbaar

Voor wie dit is: Deze handleiding is geschikt voor AutoCAD-beginners en iedereen die de tekencommando’s grondig wil leren kennen met alle opties. Tijdsduur: 20-30 minuten om alle commando’s door te nemen.

Wil je alle tekencommando’s professioneel leren met oefeningen? Ontdek onze Cursus AutoCAD 2D Basis. De bewerkcommando’s vind je in onze tip over AutoCAD modify-commando’s.

Wat zijn de Belangrijkste AutoCAD Tekencommando’s?

De 10 basis AutoCAD tekencommando’s zijn: XLINE (XL) constructielijn, PLINE (PL) polylijn, POLYGON (POL) veelhoek, RECTANG (REC) rechthoek, ARC (A) boog, CIRCLE (C) cirkel, REVCLOUD revisiewolk, SPLINE (SPL) vloeiende lijn, ELLIPSE (EL) ellips en de ellipsboog. Elk commando heeft een korte sneltoets en meerdere opties die je via letters in de commandoregel activeert.

Hieronder vind je elk commando uitgebreid uitgelegd met alle opties.

 

📌 Belangrijkste Punten

•       Alle tekencommando’s activeer je via een korte sneltoets in de commandoregel (XL, PL, REC, C, A…)

•       Opties verschijnen als letters tussen vierkante haken in de commandoprompt — typ de letter om de optie te kiezen

•       XLINE (constructielijn) is een oneindige hulplijn — ideaal voor het opzetten van tekeningen

•       PLINE (polylijn) maakt een aaneengesloten lijn die je als één object kunt bewerken

•       CIRCLE heeft 6 tekenmethoden: middelpunt+radius, 2 punten, 3 punten, tangent-tangent-radius

•       SPLINE geeft vloeiende vrije vormen — gebruik F (Fit tolerance) op 0 voor de nauwkeurigste spline

Moeilijkheidsgraad: Basis (ideaal als startpunt voor AutoCAD)

Vereiste AutoCAD versie: Alle versies (AutoCAD 2010 en nieuwer)

Verwante pagina: AutoCAD bewerkcommando’s (COPY, TRIM, OFFSET, MIRROR, ROTATE…)

Wat is een constructielijn in AutoCAD en hoe maak je die?

Een constructielijn (XLINE) is een oneindige hulplijn die je gebruikt om tekeningen op te zetten. Typ XL in de commandoregel, klik een punt aan en klik een tweede punt om de richting te bepalen. Met optie H maak je een horizontale lijn, met V een verticale, en met A geef je zelf een hoek op. Constructielijnen worden normaal niet afgedrukt — plaats ze op een aparte niet-afdrukbare laag.

Een LINE maakt losse lijnstukken die elk een apart object zijn. Een PLINE (polylijn) maakt een aaneengesloten lijn waarbij alle segmenten samen één object vormen. Dat maakt polylijnen veel eenvoudiger te bewerken: selecteer je de polylijn, selecteer je meteen de volledige lijn. Polylijnen kunnen ook een breedte hebben en zijn beter geschikt voor contouren, leidingen en vrijhandstekeningen.

Gebruik de XLINE met optie A om een constructielijn op een gewenste hoek te plaatsen. Typ XL, druk Enter, typ A, geef de hoek op in graden (bijv. 8 voor 8 graden) en klik het ankerpunt aan. Voor het tekenen van een lijn op een hoek vanuit een specifiek punt: gebruik LINE met relatieve polaire coördinaten. Typ @lengte<hoek, bijvoorbeeld @100<30 voor een lijn van 100 mm onder 30 graden.

1. Lijnen en Aanverwante Objecten

1. Constructielijn — XLINE (XL)

XLINE tekent een oneindige hulplijn die doorloopt in beide richtingen. Constructielijnen zijn onmisbaar voor het opzetten van tekeningen: gebruik ze als verticale en horizontale assen, referentiegridlijnen of voor het projecteren van punten. Plaats constructielijnen altijd op een aparte laag die je niet afdrukt.

Werkwijze: typ XL, klik het ankerpunt aan en klik een tweede punt om de richting te bepalen. Alle volgende punten maken nieuwe lijnen vanuit hetzelfde ankerpunt.

AutoCAD commando-venster met meerdere opties zichtbaar
Met het LINE-commando trek je snel nauwkeurige lijnen.

Optie H (Horizontal): Tekent een oneindige horizontale lijn. Één punt is voldoende.

Optie V (Vertical): Tekent een oneindige verticale lijn. Één punt is voldoende.

Optie A (Angle): Geef een hoek op in graden. AutoCAD tekent een oneindige lijn onder die hoek. Ideaal voor diagonale rasters en schuine as-lijnen.

Optie B (Bisect): Tekent de bissectrice van een hoek. Klik drie punten aan in volgorde: hoekpunt, eerste been, tweede been. AutoCAD plaatst automatisch de lijn die de hoek halveert.

Optie O (Offset): Tekent een constructielijn parallel aan een bestaande lijn op een opgegeven afstand — vergelijkbaar met het OFFSET-commando.

Tip: Gebruik XLINE in combinatie met TRIM om snel lijnen op exacte posities te maken. Zet constructielijnen op een laag met plotstatus ‘Niet afdrukken’ zodat ze nooit meekomen in de afdruk.

2. Polylijn — PLINE (PL)

PLINE tekent een aaneengesloten lijn waarbij alle segmenten één enkel object vormen. Dit maakt polylijnen eenvoudiger te bewerken, te meten en te gebruiken als basis voor 3D-objecten. Polylijnen kunnen ook een breedte hebben en kunnen schakelen tussen rechte segmenten en bogen.

Werkwijze: typ PL, klik het startpunt aan, klik daarna de vervolg-punten. Rechtermuisklik om te stoppen.

Optie A (Arc): Schakel over van rechte segmenten naar bogen. De boog loopt tangentieel verder vanuit het laatste punt. Gebruik optie L om terug te schakelen naar lijnen.

Optie W (Width): Geef de breedte op van de polylijn. Je kunt ook een begin- en eindbreedte opgeven voor trapeziumvormen (pijlen, ophopingen). De breedte wordt gemeten vanuit het middelpunt van de lijn.

Optie H (Halfwidth): Geeft de halve breedte op. Handig als je de totale breedte niet weet maar wel de afstand vanuit het midden.

Optie L (Length): AutoCAD tekent een segment in het verlengde van het vorige segment met de opgegeven lengte — ideaal voor rechte verlengingen na een boog.

2. Veelhoeken en Rechthoeken

3. Veelhoek — POLYGON (POL)

POLYGON tekent een regelmatige veelhoek met een gelijk aantal zijden, van driehoek (3) tot 1024-hoek. Je geeft het aantal zijden op, bepaalt het middelpunt en kiest de grootte via radius of zijdelengte.

Werkwijze: typ POL, geef het aantal zijden op (bijv. 6 voor zeshoek), klik het middelpunt aan, kies de instelling (I of C) en klik de radius aan.

Optie I (Inscribed): De veelhoek past binnenin een denkbeeldige cirkel. De hoekpunten liggen op de cirkel. De veelhoek is kleiner dan bij optie C.

Optie C (Circumscribed): De veelhoek omsluiten een denkbeeldige cirkel. De zijden zijn tangentieel aan de cirkel. De veelhoek is groter dan bij optie I.

Optie E (Edge): Definieer de veelhoek door twee hoekpunten van één zijde aan te klikken. AutoCAD berekent de rest automatisch.

Tip: Een zeshoek met optie C en een bekende radius is ideaal voor het tekenen van zeskantmoeren en bouten in technische tekeningen.

4. Rechthoek — RECTANG (REC)

RECTANG tekent een rechthoek door twee diagonaal tegenovergestelde hoekpunten te bepalen. De rechthoek is altijd een gesloten polylijn — je kunt hem als één object bewerken. Met de opties kun je afschuiningen, afrondingen, breedte en zelfs rotatie toevoegen.

Werkwijze: typ REC, klik het eerste hoekpunt aan, klik het tweede (diagonale) hoekpunt aan.

Opties voor het EERSTE punt:

C (Chamfer): Voegt een rechte afschuining toe aan alle hoeken. Geef de twee afschuilafstanden op.

F (Fillet): Voegt een afronding toe aan alle hoeken. Geef de radius op.

W (Width): Geeft de omtreklijn een dikte (zoals een polylijnbreedte).

E (Elevation): Bepaalt de hoogte in Z (relevant in 3D-tekeningen).

T (Thickness): Geeft het object een hoogte in de Z-richting (voor 3D-extrusie).

Opties voor het TWEEDE punt:

D (Dimensions): Geef de breedte en hoogte van de rechthoek exact op als getallen in plaats van een punt aan te klikken.

A (Area): Teken een rechthoek met een opgegeven oppervlakte. Geef de gewenste oppervlakte op en daarna één zijdelengte — AutoCAD berekent de andere zijde.

R (Rotation): Teken de rechthoek onder een opgegeven hoek in graden.

3. Cirkels en Bogen

5. Boog — ARC (A)

ARC tekent een cirkelboog op meerdere manieren. De standaardmethode gebruikt drie punten: startpunt, tweede punt op de boog en eindpunt. Je kunt ook starten vanuit het middelpunt of de radius opgeven.

Werkwijze: typ A, klik het startpunt aan, klik een tussenliggend punt op de boog, klik het eindpunt aan.

Optie C (Center) voor het eerste punt: Begin bij het middelpunt van de boog in plaats van het startpunt.

Optie E (End) voor het tweede punt: Het tweede punt dat je aanklikt is het eindpunt van de boog.

Optie A (Included Angle): Geef de openingshoek van de boog op in graden in plaats van een punt aan te klikken.

Optie D (Direction): Bepaal de richting van de boog vanuit het startpunt — nuttig als de boog in een specifieke richting moet lopen.

Optie R (Radius): Geef de radius op in plaats van een punt aan te klikken.

6. Cirkel — CIRCLE (C)

CIRCLE heeft zes verschillende tekenmethoden, elk geschikt voor een andere situatie. De standaardmethode gebruikt middelpunt en radius. Voor meer nauwkeurigheid gebruik je de 2P-, 3P- of T-methode.

Werkwijze: typ C, klik het middelpunt aan en klik een punt op de cirkelrand (= radius) of typ de radius als getal.

Opties voor het eerste punt:

2P (2 punten): De twee punten die je aanklikt bepalen de diameter. Handig als je de diameter kent maar niet het middelpunt.

3P (3 punten): Teken een cirkel door drie punten op de omtrek aan te klikken. Ideaal voor het omcirkelen van bestaande geometrie.

T (Tan, Tan, Radius): De cirkel is tangentieel aan twee bestaande lijnen of cirkels en heeft een opgegeven radius. Klik de twee tangentieel objecten aan en geef de radius op.

Optie voor het tweede punt:

D (Diameter): Typ de diameter als getal in plaats van de radius. AutoCAD berekent de radius automatisch.

Tip: De TTT-methode (Tan, Tan, Tan) is beschikbaar via het lint maar niet via de sneltoets. Ga naar Home > Draw > Circle > Tan, Tan, Tan voor een cirkel die raakt aan drie objecten.

4. Vloeiende Lijnen en Speciale Vormen

7. Revisiewolk — REVCLOUD

REVCLOUD tekent een gesloten wolk van kleine boogjes rond een gebied. Gebruik revisiewolken om gewijzigde onderdelen te markeren in revisietekeningen, of als detailcirkel om een onderdeel te omkaderen.

Werkwijze: typ REVCLOUD, klik het startpunt aan en beweeg de muis langs de gewenste omtrek zonder te klikken. AutoCAD sluit de wolk automatisch als je terugkeert naar het startpunt.

Optie A (Arc length): Pas de grootte van de individuele boogjes aan. Kleinere booglengte = fijnere wolk, grotere booglengte = grovere wolk.

Optie O (Object): Zet een bestaand gesloten object (cirkel, rechthoek, ellips) om in een revisiewolk.

Optie S (Style): Kies tussen Normal (gelijke boogjes) en Calligraphy (variabele dikte voor een handgetekende look).

Optie Y/N (Direction): Keer de richting van de boogjes om: Y = boogjes naar buiten, N = boogjes naar binnen.

8. Spline — SPLINE (SPL)

SPLINE tekent een vloeiende, gebogen lijn door een reeks punten met tangentiële overgangen. Gebruik splines voor organische vormen, contouren, terreinprofielen en designtekeningen.

Werkwijze: typ SPL, klik het startpunt aan en klik alle volgende punten. Klik rechts om te stoppen en geef de beginrichting op (of druk Enter voor automatisch).

Optie O (Object) voor het eerste punt: Converteer een bestaande gefitte polylijn (SPLINE-approximated polyline) naar een echte spline.

Optie C (Close) voor het derde punt: Sluit de spline tot een gesloten contour met een vloeiende overgang van het eindpunt naar het startpunt.

Optie F (Fit tolerance): Bepaalt hoe dicht de spline de doorgegeven punten volgt. Waarde 0 = de spline loopt exact door de punten. Hogere waarden geven een meer afgevlakte, minder exacte lijn.

Aanbeveling: Gebruik altijd Fit Tolerance = 0 voor nauwkeurige technische toepassingen. Voor vrije designschetsen kun je een hogere tolerantie gebruiken voor een vloeiendere lijn.

5. Ellips en Ellipsboog

9. Ellips — ELLIPSE (EL)

ELLIPSE tekent een volledige ellips of een ellipsboog. De standaardmethode bepaalt de eerste as via twee eindpunten en daarna de halve lengte van de tweede as. Door het tweede punt niet horizontaal te plaatsen, teken je een gekantelde ellips.

Werkwijze: typ EL, klik het beginpunt van de eerste as aan, klik het eindpunt van de eerste as aan, klik daarna een punt om de lengte van de tweede as te bepalen.

Optie A (Arc) voor het eerste punt: Maak een ellipsboog in plaats van een volledige ellips. Na het definiëren van de assen geef je een begin- en eindhoek op.

Optie C (Center) voor het eerste punt: Begin bij het middelpunt van de ellips in plaats van een eindpunt van de as.

Optie R (Rotation) voor het tweede punt: Geef de excentriciteit op als rotatie rond de eerste as. 0° = cirkel, 90° = volledig platte ellips. Handig voor isometrische weergaven.

10. Ellipsboog — ELLIPSE ARC (EL > A)

De ellipsboog is een variant van het ELLIPSE-commando waarbij automatisch de boogoptie (A) geactiveerd is. Na het definiëren van de twee assen geef je een begin- en eindhoek op om de openingshoek van de boog te bepalen.

Werkwijze: typ EL, kies optie A, definieer de twee assen en geef daarna de begin- en eindhoek op in graden. 0° ligt rechts, 90° bovenaan, 180° links.

Alle overige opties zijn identiek aan het ELLIPSE-commando. De ellipsboog is ideaal voor isometrische tekeningen van cirkels en gaten die in perspectief als ellips zichtbaar zijn.

Sneltoetsen Overzicht: Alle Tekencommando’s

Bewaar deze tabel als referentie naast je werkplek tot je de sneltoetsen automatisch gebruikt.

Sneltoets

Commando

Nederlands

Gebruik

XL

XLINE

Constructielijn

Oneindige hulplijn voor opzetten tekening

PL

PLINE

Polylijn

Aaneengesloten lijn als één object

POL

POLYGON

Veelhoek

Regelmatige veelhoek (3 t/m 1024 zijden)

REC

RECTANG

Rechthoek

Rechthoek, ook met hoek, radius of afschuining

A

ARC

Boog

Cirkelboog op meerdere manieren

C

CIRCLE

Cirkel

Cirkel via middelpunt, 2P, 3P of tangent

REVCLOUD

REVCLOUD

Revisiewolk

Wolkje voor revisiemarkering

SPL

SPLINE

Spline

Vloeiende lijn door punten

EL

ELLIPSE

Ellips

Volledige ellips

EL > A

ELLIPSE ARC

Ellipsboog

Deel van een ellips

Praktijkvoorbeelden: Welk Tekencommando Gebruik je Wanneer?

De keuze van het juiste commando hangt af van het object dat je wil tekenen en de beschikbare informatie:

Voor architecten en bouwontwerpers:

  • XLINE voor het opzetten van column grids, gevelas en snijlijnen als basisraster
  • PLINE voor wanden, omtreklijnen en vloerafwerkingen die als één object bewerkbaar moeten zijn
  • RECTANG voor ramen, deuren, ruimteblokken en sanitaire objecten
  • CIRCLE voor ronde zuilen, ventilatieopeningen en vloerputten

Voor ingenieurs en constructeurs:

  • POLYGON (Circumscribed) voor zeskantmoeren, bouten en flenzen in technische tekeningen
  • ARC voor tandwielen, beugels en afgeronde onderdelen met bekende radius
  • ELLIPSE (Rotation) voor isometrische weergaven van cirkelvormige onderdelen
  • SPLINE voor organische vormen, stromingsprofielen en vrije contouren

Voor installatietechnici:

  • PLINE met boogoptie (A) voor leidingen met bochten als doorgaande objecten
  • CIRCLE voor doorsneden van buizen, kabels en ventilatiekanalen
  • RECTANG voor schakelkasten, kabelgoten en installatieblokken
  • REVCLOUD voor het markeren van gewijzigde installatieonderdelen in revisieplans

Voor landmeters en designtekenaars:

  • SPLINE voor terreincontouren, hoogtelijnen en organische landschapsvormen
  • XLINE (Bisect) voor het halveren van hoeken bij percelen en wegtracering
  • ELLIPSE voor ovale vijvers, parkpaden en designelementen in plattegronden
  • REVCLOUD voor het omkaderen van detailzones in inzetvensters

Tip: De meest gebruikte tekencommando’s in de dagelijkse praktijk zijn LINE, PLINE, CIRCLE en RECTANG. Zodra je die beheerst, leer je de overige commando’s snel aan wanneer de situatie er om vraagt.

Veelgestelde Vragen over AutoCAD Tekencommando’s

Hoe teken je een hoek van 8 graden in AutoCAD?

Gebruik het XLINE-commando met de A-optie voor een constructielijn op een vaste hoek: typ XL, druk Enter, typ A, geef 8 op en klik het ankerpunt aan. Voor een gewone lijn op een hoek: gebruik het LINE-commando (L) met relatieve polaire coördinaten: typ @100<8 voor een lijn van 100 eenheden onder 8 graden. Vervang 100 door de gewenste lengte en 8 door de gewenste hoek.

Wat is het verschil tussen een polylijn en een spline in AutoCAD?

Een polylijn bestaat uit rechte segmenten (en eventueel boogsegmenten) die abrupte hoeken maken. Een spline maakt vloeiende, curve-overgangen door de punten heen via wiskundige interpolatie. Polylijnen zijn eenvoudiger te bewerken en te meten; splines zijn beter voor organische vormen. Polylijnen kun je omzetten naar splines via SPLINEDIT of het commando SPLINE > O (Object).

Hoe teken je een cirkel door drie punten in AutoCAD?

Gebruik CIRCLE (C) met de 3P-optie: typ C, druk Enter, typ 3P en klik drie punten op de gewenste cirkelomtrek aan. AutoCAD berekent automatisch het middelpunt en de radius. Deze methode is ideaal als je drie punten kent die op de cirkel moeten liggen, maar het middelpunt niet weet.

Hoe maak je een revisiewolk in AutoCAD?

Typ REVCLOUD in de commandoregel. Gebruik optie A om de booggrootte in te stellen (begin met de helft van je tekenschaal, bijv. 2.5 mm op schaal 1:50). Klik het startpunt aan en beweeg de muis langs de omtrek van het te markeren gebied zonder te klikken. AutoCAD sluit de wolk automatisch zodra je terug bij het startpunt bent. Gebruik optie O om een bestaand gesloten object (cirkel, rechthoek) direct om te zetten naar een revisiewolk.

Geavanceerde Technieken met Tekencommando’s

Voor ervaren AutoCAD-gebruikers zijn er nog krachtigere mogelijkheden:

Polylijn Bewerken met PEDIT

Nadat je een polylijn getekend hebt, kun je hem uitgebreid bewerken via het commando PEDIT (PE). Dit opent een volledig bewerkingsmenu voor polylijnen.

Mogelijkheden met PEDIT:

  • Losse lijnen samenvoegen tot één polylijn via optie J (Join)
  • Breedte van de gehele polylijn of individuele segmenten aanpassen
  • Hoekpunten toevoegen, verwijderen of verplaatsen via optie E (Edit vertices)
  • Een polylijn omzetten naar een Spline-approximatie via optie S (Spline)
  • Een polylijn sluiten of openen via optie C/O (Close/Open)

Use case:

Importeer geometrie samenvoegen tot werkbare polylijnen, wandcontouren repareren, leidingnetwerk aaneensluiten.

CIRCLE met Tangent-Tangent-Tangent (TTT)

Naast de sneltoetsopties biedt AutoCAD een TTT-methode voor cirkels die raak zijn aan drie bestaande objecten. Deze methode is alleen beschikbaar via het lint.

Techniek:

Ga naar Home > Draw > Circle en kies Tan, Tan, Tan in het uitklapmenu. Klik drie bestaande lijnen of cirkels aan waaraan de nieuwe cirkel tangentieel moet zijn. AutoCAD berekent automatisch alle mogelijk oplossingen en kiest de meest nabije.

Use case:

Technische tekeningen met passende cirkels, tandwielontwerpen, afgeronde driehoeken.

XLINE als Bisectrice voor Hoekverdeling

De B-optie (Bisect) van XLINE is ideaal voor het nauwkeurig verdelen van hoeken in twee gelijke delen.

Techniek:

Typ XL, kies optie B, klik het hoekpunt aan (het snijpunt van de twee lijnen), klik daarna een punt op het eerste been van de hoek aan en dan een punt op het tweede been. AutoCAD plaatst automatisch de bissectrice.

Use case:

Perceel opsplitsen, spiegelassen bepalen, hoekbisectricen in geometrische constructies.

Wil je deze geavanceerde technieken leren? In onze Cursus AutoCAD 2D Basis behandelen we alle tekencommando’s met uitgebreide oefeningen. In de Cursus AutoCAD 2D Gevorderd ga je dieper in op PEDIT, splines en geavanceerde constructiemethoden.

Veelgemaakte Fouten en Hoe Je Ze Voorkomt

Fout 1: Constructielijnen afgedrukt op het eindplan

Probleem:

Constructielijnen (XLINE) staan nog op de tekening bij het afdrukken en verschijnen op het eindplan.

Gevolg:

Professionele plannen zien er rommelig en onafgewerkt uit.

Oplossing:

Zet constructielijnen altijd op een aparte laag (bijv. ‘Hulplijnen’ of ‘CONST’). Zet de plotstatus van die laag uit in de Layer Properties Manager via het printer-icoontje. De lijnen blijven zichtbaar op het scherm maar worden nooit afgedrukt.

Fout 2: PLINE en LINE door elkaar gebruiken

Probleem:

Je tekent met LINE terwijl je een polylijn nodig hebt, of omgekeerd.

Gevolg:

Lijnen zijn losse objecten die moeilijk als geheel te bewerken zijn, of een polylijn is niet bewerkbaar op segmentniveau.

Oplossing:

Gebruik LINE voor afzonderlijke lijnstukken die je onafhankelijk wil bewerken. Gebruik PLINE voor omtrekken, contouren en leidingen die als één geheel moeten functioneren. Converteer achteraf: JOIN (J) voor losse lijnen naar polylijn, EXPLODE (X) voor polylijn naar losse lijnen.

Fout 3: Verkeerde POLYGON methode (I versus C)

Probleem:

Je tekent een zeshoek met de I-optie maar de zijden zijn te klein voor je toepassing.

Gevolg:

De veelhoek past niet op het gewenste object (bijv. moer of bout).

Oplossing:

Gebruik I (Inscribed) als de opgegeven radius de afstand van het middelpunt naar een hoekpunt is (omgeschreven cirkel). Gebruik C (Circumscribed) als de opgegeven radius de afstand van het middelpunt naar het midden van een zijde is (ingeschreven cirkel). Voor technische toepassingen (moeren) gebruik je doorgaans C met de buitendiameter.

Fout 4: SPLINE eindigt abrupt met verkeerde richting

Probleem:

De spline start of eindigt in een onverwachte richting na het bevestigen.

Gevolg:

De curve maakt een ongewenste knik aan het begin of einde.

Oplossing:

Na het klikken van het laatste punt en rechtermuisklik vraagt AutoCAD om de beginrichting en eindrichting. Druk telkens Enter voor ‘Automatisch’ — AutoCAD bepaalt dan de meest vloeiende overgang. Wil je een specifieke richting: klik een punt in de gewenste richting aan.

Fout 5: RECTANG opties vergeten na heropstarten AutoCAD

Probleem:

In een vorige sessie heb je RECTANG gebruikt met een afschuining (C) of afronding (F). Nu krijg je steeds een rechthoek met afgeschuinde of afgeronde hoeken.

Gevolg:

Rechthoeken hebben ongewenste hoekopmaak.

Oplossing:

De RECTANG-instellingen worden opgeslagen per tekening. Open RECTANG, kies optie C (Chamfer) en stel beide afstanden in op 0. Of kies F (Fillet) en stel de radius in op 0 om terug naar scherpe hoeken te gaan.

Fout 6: CIRCLE met verkeerde methode voor gegeven informatie

Probleem:

Je kent de diameter maar typt de waarde als radius, of omgekeerd.

Gevolg:

De cirkel is twee keer te groot of twee keer te klein.

Oplossing:

AutoCAD vraagt standaard om de radius. Wil je een diameter opgeven: gebruik na het eerste punt (middelpunt) optie D, of gebruik de 2P-methode waarbij de twee punten de diameter definiëren. Controleer altijd de grootte via het Eigenschappenvenster (Ctrl+1) na het tekenen.

Veelgestelde Vragen: Quick Reference

Q: Wat is de sneltoets voor constructielijn in AutoCAD?

A: XL (XLINE). Gebruik optie H voor horizontaal, V voor verticaal, A voor een specifieke hoek en B voor de bissectrice van een hoek.

Q: Wat is de sneltoets voor polylijn in AutoCAD?

A: PL (PLINE). Gebruik optie A om bogen toe te voegen en W om een lijnbreedte in te stellen.

Q: Hoe teken je een exacte rechthoek met opgegeven breedte en hoogte?

A: Typ REC, klik het eerste hoekpunt aan, typ daarna D (Dimensions), geef de breedte op (Enter), geef de hoogte op (Enter), en klik om de richting te bevestigen.

Q: Hoe converteer je een cirkel naar een polylijn in AutoCAD?

A: Gebruik PEDIT (PE) op de cirkel: kies ‘Ja’ bij de vraag om te converteren naar polylijn. Of gebruik BOUNDARY om een polylijn te trekken over de cirkel. Ellipsen converteren via PEDIT of via SPLINE > O (Object).

Q: Wat is het verschil tussen XLINE en RAY in AutoCAD?

A: XLINE loopt oneindig in beide richtingen. RAY (commando: RAY) loopt oneindig in één richting vanuit een startpunt. Beide zijn hulplijnen; XLINE is gebruikelijker voor het opzetten van tekenrasters.

 

Over Deze AutoCAD Tip

Bron: ECT Trainingscentrum Belgium

Auteur: ECT AutoCAD Trainers 

Organisatie: ECT BVBA — IT Training sinds 1998

Expertise: 25+ jaar AutoCAD opleidingen voor Belgische bedrijven en overheidsinstanties

Verificatie: Getest in AutoCAD 2024, 2022 en 2019 op Windows 10/11

Laatst bijgewerkt: 1 maart 2026

Moeilijkheidsgraad: Basis

Citeer deze pagina:

ECT Trainingscentrum. (2026). “AutoCAD Tekencommando’s: 10 Basisfuncties met Alle Opties Uitgelegd.” ECT AutoCAD Tips. Geraadpleegd van https://www.cursus-autocad.be/tips/autocad-enkele-basis-tekencommandos-met-alle-opties-toegelicht/

Wil je alle tekencommando’s professioneel leren? Bekijk onze Cursus AutoCAD 2D Basis voor uitgebreide training met praktijkoefeningen en certificaat.

Heb je vragen over deze tip? Neem contact op via 03/239.54.67 of via de contactpagina.

AutoCAD-opleidingen

Cursus AutoCAD 2D Basis: Van Nul naar Professioneel Tekenen

€595,00
2 Days Beginner
Ontdek de fundamentele vaardigheden van AutoCAD 2D met onze gerenommeerde training. Leer essentiële aspecten zoals tekenen en dimensioneren. Word een deskundige in AutoCAD en vergroot...

Cursus AutoCAD 2D Gevorderd: Sneller en Professioneler Tekenen

€595,00
2 Days Expert
Breid je kennis van AutoCAD 2D uit met onze geavanceerde cursus. Verken complexe technieken en automatiseer taken voor een verbeterde workflow. Word een zeer gewilde...

Cursus AutoCAD 3D: Van 2D naar Professioneel 3D Modelleren

€595,00
2 Days Expert
Betreed de wereld van 3D-modellering met onze hoog aangeschreven AutoCAD 3D-training. Ontwikkel realistische 3D-ontwerpen en versterk je carrièrevooruitzichten. Meld je vandaag nog aan en begin...